Kunstmatige debiliteit

Kunstmatige debiliteit
Photo by Igor Omilaev / Unsplash

In Nederland hebben we onze pensioenen redelijk geregeld. Klein addertje onder het gras, het is belegd. En over beleggen gesproken. Er is een bepaald type belegger dat je alleen ziet bij drie gelegenheden:

  1. een wijnproeverij,
  2. een innovatieve netwerkborrel met bitterballen,
  3. en het moment dat een financiële bubbel ontstaat.

Je herkent ‘m aan de glimmende ogen en zinnen als: “Dit is anders dan dot-com” en “De fundamentals zijn echt.” Dat laatste wordt meestal gezegd vlak voordat iemand met “fundamentals” een powerpoint bedoelt, en met “echt” bedoelt: er zijn investeerders die nog niet doorhebben dat dit onzin is.

En nu is AI de disco. Overal data centers, chips, megadeals, rondpompend geld en bedrijven die elkaar financieren alsof ze elkaars klanten zijn. Zelfs serieuze partijen waarschuwen inmiddels hardop voor bubbelgedrag—van IMF-signalen tot grote beleggers die zeggen dat de financiering gevaarlijk begint te lijken.

Deze bubbel knapt niet met één knal, maar met het geluid van duizend tegelijk klappende spreadsheets.

  • Data centers blijken veel minder winstgevend dan beloofd.
  • AI-startups vallen om zodra “groei” niet meer genoeg is en “winst” ineens weer een ding wordt.
  • Grote techspelers trekken de handrem aan, leveranciers krijgen klappen, banken en pensioenfondsen blijken tóch meer blootstelling te hebben dan iedereen “comfortabel” vond.
  • Regeringen worden wakker met de klassieke katerzin: “We moeten de schade beperken om banen en stabiliteit te beschermen.”

En daar komt hij weer: de oude truc die we als mensheid tot kunst hebben verheven.
Winsten privaat. Verliezen publiek.
Of zoals het ministerie het noemt: “tijdelijke steunmaatregelen”.

Omdat paniek altijd dezelfde kant op valt: richting het systeem dat wél kan betalen. En dat is meestal de staat.

Maar na 2008 hebben we in Europa juist geprobeerd die reflex te breken. Met o.a. de Bank Recovery and Resolution Directive (BRRD) en het bail-in-principe: eerst verliezen bij aandeelhouders en schuldeisers, pas zo laat mogelijk bij het publieke geld. De Europese Commissie noemt expliciet dat bail-in ervoor is om de belastingbetaler te ontzien.

Alleen: bij een hype als AI is de verleiding groot om alsnog te zeggen: “Ja maar dit is strategische technologie.” En strategisch is vaak het nette woord voor: te groot, te verweven, te gênant om te laten vallen.

Europa (dus ook je regering) hoort twee dingen tegelijk te kunnen (en dat is lastig, dus perfect Europees):

  1. de echte economie en gewone mensen beschermen (banen, spaargeld, publieke diensten),
  2. zonder de rekening automatisch door te schuiven naar iedereen die níet op de borrel stond.

Dat vraagt geen magie, maar ontwerp. Hier is een verdedigingslinie in drie lagen.

Laag I, een simpele suggestie:

  • Transparantie-eisen voor AI-exposure: banken, verzekeraars, pensioenfondsen en grote bedrijven moeten duidelijk rapporteren hoeveel ze in AI-gedreven assets/leningen hebben zitten (incl. datacenter-financiering). Wat je niet ziet, red je later “per ongeluk” met publiek geld.
  • Macroprudentiële remmen: hogere kapitaalbuffers of strengere risicoweging voor extreem cyclische AI-leningen (zoals bij vastgoedhypes, maar dan met GPU’s). Basel-achtige logica bestaat juist om overmatige leverage te dempen. 
  • Reality checks in jaarrekeningen: beperk “mark-to-myth” (waarderingen op basis van toekomstige wonderen).
  • Energie- en netcongestie als financiële stressfactor: AI-infrastructuur leunt op stroom, koeling, ruimte. Laat toezichthouders dat meenemen in stress tests; geen sprookjesrendement zonder fysieke randvoorwaarden.

Laag II Europese solidariteit ja, blanco cheques nee.

Als de overheid ingrijpt (om kettingreacties te voorkomen), dan:

  • Bail-in eerst: aandeelhouders en bepaalde schuldeisers betalen vóór de belastingbetaler—precies waar BRRD voor bedoeld is. 
  • De staat krijgt equity en zeggenschap: steun = aandelen/warrants, zodat publiek geld ook publiek rendement kan krijgen als het herstelt.
  • Clawbacks en bonusverboden: wie de hype verkocht, mag niet met vertrekpremie en confetti verdwijnen.
  • Publieke voorwaarden: behoud van banen waar realistisch, omscholing waar nodig, en geen dividend/inkoop eigen aandelen zolang steun loopt.
  • Strakke exit-strategie: steun is tijdelijk, met duidelijke doelen en deadlines (anders wordt het een permanente subsidie aan mislukte businessmodellen).

Kort gezegd: als je verliezen socialiseert, socialiseer je óók de winst en de controle.

Laag III. Europa hoeft niet anti-tech te zijn. Integendeel: ze kan tech juist uit de hypehoek trekken en in de publieke waarde zetten.

  • Publieke digitale infrastructuur: Europese (of nationale) cloud- en rekenfaciliteiten voor overheid, zorg, onderwijs en onderzoek—zodat je niet bij elke golf moet bedelen bij dezelfde paar spelers.
  • Gerichte innovatiepolitiek: minder “subsidie omdat het AI heet”, meer “subsidie omdat het aantoonbaar productiviteit, gezondheid, veiligheid of duurzaamheid verbetert”.
  • Open standaarden en interoperabiliteit: zodat je geen lock-in koopt met belastinggeld.
  • Arbeidsmarkt-schokdempers: stevig vangnet, actieve omscholing, sectorfondsen—want als de bubbel knapt, vallen niet alleen investeerders, maar ook werknemers.

En ja: reguleren hoort daarbij. Europa heeft met de EU AI Act juist gekozen voor een kader dat risico’s en verantwoordelijkheid adresseert. Dat is niet de vijand van innovatie; het is de poging om innovatie niet te laten eindigen als een rekening op de mat van mensen die nooit aandelenopties kregen.

Met één simpele, maar politiek lastige regel:

“We beschermen mensen, niet waarderingen.”

  • Mensen beschermen: banen, spaargeld, publieke diensten, waardige transities.
  • Waarderingen niet beschermen: geen reddingsoperaties puur om speculatie overeind te houden.

En als iemand dan roept: “Maar dan schrik je investeerders af!”, zeg je:
“Mooi. Dan blijven de investeerders over die snappen dat een economie ook nog iets moet opleveren.”

Want dat concept zijn we een beetje uit het oog verloren.