Peperstraat 9

Peperstraat 9
Photo by Christian Lue / Unsplash

In mijn wilde jaren, toen ik nog lid was van de openbare bibliotheek en in een studentenhuis woonde. Peperstraat 9. Soms denk ik daar nog aan terug.

Bijvoorbeeld als ik met die gedachte kijk naar Europa. Dan is Europa is dat studentenhuis waar 27 mensen samenwonen, allemaal een eigen sleutel hebben, allemaal vinden dat de thermostaat verkeerd staat, en tóch elke maand verbaasd zijn dat de energierekening hoog is. We hebben een gezamenlijke woonkamer (de interne markt), een gezamenlijke kelder (de bureaucratie), en een buurman die elke week aanbelt om “even te helpen” met de beveiliging—waarbij “helpen” opvallend vaak betekent dat hij ook even wil bepalen waar de bank moet staan.

En nu is er een idee dat langzaam van “waanzin” naar “gezond verstand met hoofdpijn” verschuift: Europa moet zelfstandiger worden. Niet afhankelijk van andere landen. Denk even aan de Big Tech discussie.

Klinkt stoer. Klinkt logisch. Klinkt ook alsof je eindelijk besluit je rijbewijs te halen nadat je tien jaar op de bagagedrager hebt gezeten.

Er is een reden dat afhankelijkheid zo verleidelijk is: het voelt efficiënt. Je koopt defensie, energie, chips, grondstoffen, cloud, medicijnen en veiligheid alsof het allemaal gewoon producten zijn. En dat zijn het ook—tot het politiek wordt. En het wordt altijd politiek, want geopolitiek is letterlijk: mensen met macht die met jouw spullen bezig zijn.

Afhankelijkheid is als een paraplu lenen van iemand die je eigenlijk niet vertrouwt. Het gaat prima zolang het droog is. Maar zodra het regent, zegt diegene: “Natuurlijk mag je hem gebruiken… trouwens, ik heb wel een paar voorwaarden.”

Europa heeft de afgelopen decennia een heel volwassen versie van pubergedrag ontwikkeld:

  • We willen wel vrijheid, maar liever geen kosten.
  • We willen wel veiligheid, maar liever dat iemand anders het regelt.
  • We willen wel waarden, maar liever geen gedoe met consequenties.

En dan staan we raar te kijken als de wereld ineens niet meer werkt als een netjes gesorteerde supermarkt.

“Strategische autonomie” klinkt als iets dat je huisarts mompelt terwijl hij je bloeddruk meet. Maar het betekent eigenlijk gewoon: regel je eigen basisbehoeften, zodat je niet gijzelbaar bent.

Niet omdat je anderen haat. Niet omdat je in een bunker wilt wonen met blikvoer. Maar omdat volwassenheid inhoudt dat je:

  • je eigen huis kunt verwarmen,
  • je eigen digitale infrastructuur kunt vertrouwen,
  • je eigen medicijnen kunt maken,
  • en je eigen veiligheid serieus neemt.

Een sociaal-democraat ziet daar meteen de crux: autonomie is geen prestigeproject, maar publieke zekerheid. Het gaat over de vraag of de verpleegkundige, de leraar, de vrachtwagenchauffeur, de fabrieksarbeider en de student de klappen opvangen als de wereld schudt. Spoiler: dat doen ze nu al. Alleen zonder plan.

Defensie is in Europa lang behandeld als een soort brandslang: je hoopt dat je hem nooit nodig hebt, dus je legt hem ergens achterin de schuur onder een kapotte fiets en een doos met “kerstspullen” die je sinds 2009 niet hebt gezien.

En dan is er brand.

Zelfstandig zijn betekent niet “militaristisch worden”. Het betekent: geloofwaardige afschrikking zodat je niet afhankelijk bent van de grillen van verkiezingen elders. Want als je veiligheid afhangt van de stemming in een ander parlement, dan ben je geen bondgenoot, je bent een abonnement.

Maar let op: defensie zonder sociale basis is ook niks. De les van de sociaal-democratie is niet “meer spierballen”, maar collectieve bescherming met democratische controle, fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en een industriebeleid dat niet verandert in een zak geld voor lobbyisten met maatpakken.

Maak het dus Europees, transparant, en met duidelijke doelen:

  • gezamenlijke inkoop (minder versnippering),
  • interoperabiliteit (spullen die samen werken),
  • eigen productiecapaciteit (munitie, systemen, onderdelen),
  • cyberverdediging (want de oorlog begint tegenwoordig in je router).

Energie is niet alleen kilowattuur. Energie is macht. En Europa heeft te lang gedacht dat je morele waarden en fysieke afhankelijkheden netjes in verschillende laadjes kunt bewaren.

Zelfstandig zijn betekent: diversificeren en verduurzamen—niet als hip hobbyproject, maar als veiligheidsbeleid. Hernieuwbaar, kern waar landen dat willen, opslag, netwerken, efficiëntie, en vooral: minder kwetsbaarheid voor één leverancier.

En hier wordt het sociaal-democratisch belangrijk: de transitie moet eerlijk. Als “zelfstandig Europa” betekent dat gewone mensen de rekening betalen terwijl grote spelers subsidies stapelen, dan krijg je geen autonomie maar rancune.

Dus:

  • investeer publiek in netten en opslag,
  • bescherm lage en middeninkomens tegen prijsschokken,
  • zorg dat banen in industrie en techniek meeliften (opleiding, omscholing, loonafspraken).

Europa heeft talent om twee dingen tegelijk te doen:

  1. Strenge regels maken voor techbedrijven.
  2. Intussen alles laten draaien op andermans cloud, andermans chips, andermans platforms.

Dat is alsof je een streng dieet volgt, maar alleen in het restaurant van iemand anders waar je de keuken niet mag zien.

Zelfstandig zijn betekent niet dat je elke app zelf bouwt. Het betekent dat je:

  • kritieke infrastructuur (overheid, zorg, defensie, energie) niet volledig afhankelijk maakt,
  • eigen chip- en batterijwaardeketens opbouwt waar realistisch,
  • open standaarden en Europese alternatieven serieus ondersteunt,
  • en digitale rechten koppelt aan industriële slagkracht.

Regels zonder capaciteit is moralisme. Capaciteit zonder regels is roofkapitalisme. Europa moet juist die combinatie kunnen: macht met moraal, en dan graag met een degelijk begrotingskader.

Europa is traag omdat het democratisch is, meertalig, en gemaakt om ruzie te kanaliseren in vergaderingen in plaats van in loopgraven. Dat is niet perfect, maar het is wél beschaving.

De truc is: traag in procedure, snel in uitvoering. Dat kan alleen als je vooraf afspraken maakt:

  • wat is kritiek (energie, defensie, medicijnen, data)?
  • wat doen we samen en wat nationaal?
  • welke capaciteit móét op het continent zitten?
  • welke afhankelijkheden accepteren we en welke niet?

En dan vooral: stoppen met doen alsof elke gezamenlijke stap “federalisme” is dat meteen je kaas en cultuur afpakt. Niemand wil je kaas. Ze willen dat je ziekenhuis niet stilvalt omdat een leveringsketen in de war is.

Een zelfstandig Europa is niet “Europa tegen de rest”. Het is Europa dat ophoudt met kinderlijk vertrouwen op een wereld die volwassen cynisme heeft.

Het is ook geen project voor alleen diplomaten en defensieministers. Het is een sociaal contract:

  • veiligheid zonder angstpolitiek,
  • energie zonder chantage,
  • industrie zonder uitbuiting,
  • technologie zonder digitale onderwerping,
  • en een welvaartstaat die niet omvalt bij de eerste geopolitieke windvlaag.

Europa hoeft geen supermacht te worden. Europa moet gewoon eindelijk doen wat elke volwassene op een dag leert:

Zorg dat je zaakjes op orde hebt....